(177) Ultrafast fashion: fast, maar nefast voor ons economisch model

AUTEUR: Esther Thomas

THEMA: Economie

OPM: Dit artikel verscheen in samenwerking met StampMedia.be

© Ivo Shimwa

Vorige woensdag zagen we hoe honderden mensen stonden aan te schuiven op de Antwerpse Meir om een blik te kunnen werpen in de pop-up showroom van Shein. Het Chinese kledingmerk opent zijn deuren voor vier dagen en het succes is gigantisch. Nochtans kwam Shein al vaak in een slecht daglicht te staan. Waarom groeit de populariteit van Shein – en met uitbreiding van alle ultrafast fashionmerken – zo sterk?

Wat is ultrafast fashion?

Ultrafast fashionketens maken hun  aanvoerketen – en daarmee hun aanbod nieuwe collecties – nog korter door geen fysieke winkels uit te baten. Binnen tien dagen kunnen zij een volledig nieuwe collectie ontwerpen, fabriceren en online zetten. Boohoo, Fashion Nova, PrettyLittleThing en Asos zijn daar een goed voorbeeld van. Shein doet het nog sneller en brengt dat proces terug tot drie dagen. Hallucinant als je weet dat de doorlooptijd van een conventionele aanvoerketen voor het jaar 2000 zes tot negen maanden bedroeg en reguliere fast fashion dat al had teruggebracht naar vier tot acht weken.

Uitbuiting van personeel in sweatshops, het stelen van patronen van designers en het niet betalen van taksen aan Marokko, waardoor klanten hun producten niet aankrijgen, het zijn maar enkele lopende aantijgingen tegenover modegigant Shein. Op sociale media is de kritiek enorm: duizenden reacties onder posts over de wantoestanden waaraan het bedrijf bijdraagt. Toch blijft hun populariteit toenemen. Waarom lopen zoveel mensen warm voor ultrafast fashion, de nieuwe en nog snellere vorm van fast fashion?

Fashion tegen dumpingprijzen

Ultrafast fashionketens voeren de strijd om de klant uitsluitend online. Via een webshop koop je hun kledij, accessoires en andere spullen, maar hun lead genereren ze via sociale media. Populaire apps zijn Instagram en Tiktok vanwege het visuele karakter. Zo lokken ketens zoals Shein, Boohoo en Asos voornamelijk jongeren, want zij zijn actief op sociale media.

Door middel van een ingenieus ontwikkeld algoritme, screenen ze wat het meest wordt gedeeld, aangeklikt, leuk gevonden, … Op basis van de populariteit van een bepaald item op hun website, bepalen ze of er voorraad wordt bijbesteld of niet. De dumpingprijzen waartegen ze hun kledij verkopen, passen ook binnen het plaatje van jonge mensen die niet veel geld hebben om dure stukken te kopen.

Maar het zijn lang niet alleen mensen die het financieel niet breed hebben die shoppen bij ketens zoals Shein of Boohoo. Vaak geven klanten er honderden euro’s uit. En het telt snel op: je ziet een leuk topje en het kost toch maar vier euro, dus het belandt al snel in je winkelmand. Zo heb je misschien meer stuks voor je geld, maar je boet wel in op kwaliteit. Na één wasbeurt zijn veel van de kledingstukken namelijk al rijp voor de prullenbak.

Mij lijkt het geen eenzijdig verhaal van “mensen met weinig geld kopen ultragoedkope kleren”, maar eerder een nieuwe mijlpaal in ons overconsumptiegedrag. Waarom verkiezen we vijf broeken die in no time versleten zijn boven één broek die jaren meegaat? Willen we zo graag elke dag met iets nieuws worden gezien? Waarom hebben we nooit genoeg?

Aanslag op de economie

Het is lastig, bijna onmogelijk om aan het fast fashionmodel te ontsnappen. De reguliere modemerken zoals Zara, Mango, H&M, Vero Moda en noem maar op zijn allemaal voorbeelden van fast fashion. Ook zij buiten werknemers uit in sweatshops in lageloonlanden en hebben boter op het hoofd.

Toch is er een verschil met de ultrafast fashion-leveranciers: de reguliere fast fashionketens zorgen voor tewerkstelling in ons land. Hun winkels draaien op werknemers, mensen die verloond worden binnen het Belgische loonsysteem en de Belgische economie mee doen draaien. Medewerkers in de retailsector hebben de laatste jaren al flink moeten inboeten op loon en werkzekerheid en door de concurrentie van de ultrafast fashionketens zal hun situatie er niet op verbeteren.

Reguliere winkelketens moeten opboksen tegen de scherpe prijzen van ondernemingen zoals Shein en verliezen klanten aan hen, waardoor ze moeten besparen. De grootste kost binnen een bedrijf is de loonkost. Het zullen met andere woorden de medewerkers van de winkels zijn die de besparingen het snelst zullen voelen door ontslagrondes, minder verloning en geen zicht op een vast contract door de onzekere marksituatie.

Het is verleidelijk om te shoppen bij ultrafast fashionmerken zoals Shein, Boohoo en Asos. De prijzen liggen absurd laag en de afstand tussen de arbeiders die worden uitgebuit in de sweatshops in lageloonlanden is groot genoeg om ons moreel schuldgevoel even aan de kant te zetten.

Toch zal de impact van de online only-webwinkels ook hier voelbaar worden: de retailsector zal op termijn de klappen ervan moeten opvangen. Misschien is dat wel een reden om twee keer na te denken vooraleer we nog eens een bestelling plaatsen, of in de rij gaan aanschuiven voor een omstreden ultrafast fashionmerk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s