(93) Conviviaal samenleven in de superdiverse stad

Van kritiek…

AUTEUR: Dirk Geldof en Stijn Oosterlynck

THEMA: Sociologie

OPMERKING: Dit artikel verscheen eerder al op Sociaal.net.

Afbeeldingsresultaat voor superdiversiteit

Na Brussel en Genk, is nu ook Antwerpen een stad waar de meerderheid van de inwoners een migratieachtergrond heeft. Maakt dat een verschil voor het samenleven?

Meer dan de helft

Op 1 januari 2019 telde Antwerpen 50,1 procent inwoners met een migratieachtergrond, tegenover 49 procent begin 2018. Is het overschrijden van die grens meer dan een louter symbolisch moment? Is deze demografische verschuiving ook maatschappelijk relevant?

Wij denken van wel. Het verdwijnen van een demografische meerderheid zet de vertrouwde manier van omgaan met diversiteit op lossere schroeven. Het wordt steeds minder houdbaar om enkel burgers met een migratieachtergrond als ‘dragers’ van diversiteit te zien, die zich moeten aanpassen aan een culturele meerderheid, die zich tijdens dat proces minder of meer tolerant opstellen.

Mathematisch gezien behoort iedereen nu tot een of andere minderheid. Iedere stadsbewoner is in een meerderheids-minderheidsstad deel van de diversiteit.

Leidt dit tot een meer ‘conviviale’ samenleving?

Leven onder vertrouwde vreemden

In verstedelijkte samenlevingen leven we fysiek dicht naast, boven en onder elkaar. Maar we slagen er tegelijk wonderwel in om voldoende sociale afstand in te bouwen.

De parlofoon, het beleefde maar gereserveerde knikje naar elkaar in de gang, het strategisch negeren van ruzie of dronkenschap bij de buren. Het zijn allemaal manieren die ons toelaten om dichtbij elkaar te wonen en toch enige privacy te behouden. We blijven meestal vreemden voor elkaar, maar zijn tegelijk ook net voldoende vertrouwd met elkaar om samen te leven.

Van in de vroege stadssociologie hangt er rond de anonimiteit van het stedelijk samenleven ambiguïteit. Vaak werd die anonimiteit als een pluspunt gezien. “Stadslucht maakt vrij”, luidde het. Door de geringe sociale controle kon je in steden ontsnappen aan dwingende maatschappelijke normen. Mensen konden er hun eigen levenspad uitstippelen.

Stad als kruispunt

Maar tegelijk speelde een bezorgdheid. Hoe kunnen zo veel verschillende mensen samenleven en hoe blijft de samenleving leefbaar in de meer anonieme stad?

Het antwoord van vroege Amerikaanse stadsociologen daarop was ‘sociatie’. Zij verwachtten veel van alledaagse, informele contacten tussen vreemden. De stad als kruispunt tussen allerlei sociale werelden, waar vele kleine, losse ontmoetingen lichte vormen van sociale cohesie creëren.

Europese sociologen ontwikkelden de zwaardere term ‘solidariteit’ om uit te leggen hoe een samenleving samengehouden wordt in de sociaal en politiek woelige tijden van het opkomend industriële kapitalisme.

Welk antwoord kunnen we vandaag formuleren?

Superdiverse steden

Vandaag is de stad overal in Vlaanderen. Leven met ‘vertrouwde vreemden’ is al lang geen exclusief kenmerk meer van de grootstad. Het is een algemeen kenmerk van het leven in een verstedelijkte regio als Vlaanderen.

Wat echter de problematiek van het samenleven in steden de voorbije decennia extra uitdaagt, is de schaal van de toegenomen etnisch-culturele diversiteit. Dat is vooralsnog een grootstedelijk gegeven.

Steden zijn superdiverse steden. Er leven steeds meer mensen met een migratieachtergrond. Dat heeft niet alleen met nieuwe migratie te maken, maar vooral met de demografische samenstelling van de bevolking. Waar er bij de oudste stadsbewoners amper mensen met een migratieachtergrond zijn, hebben meer dan twee op drie van de kinderen en jongeren in Brussel, Antwerpen of Genk een migratieachtergrond.

Diversiteit in diversiteit

Maar het gaat bij superdiversiteit niet in de eerste plaats over het aantal mensen met een migratie-achtergrond.

Veel belangrijker is de groeiende diversiteit in de diversiteit: steeds meer landen van herkomst, talen, levensbeschouwingen, migratiemotieven en verblijfsstatuten. Die verschillen zijn er niet alleen tussen gemeenschappen of landen van herkomst. Ze zijn er ook, en steeds meer, binnen groepen en tussen mensen van eenzelfde origine.

De ‘vreemden’ waarmee ieder van ons samenleeft zijn, zeker in de perceptie, minder vertrouwd geworden. We delen veel minder dan tevoren eenzelfde geschiedenis, eenzelfde taal, eenzelfde godsdienst. De verbeelding van het bestaan van een onderliggende gedeelde gemeenschap is aangetast. Meer nog, er zijn in de samenleving sterke politieke krachten aan het werk die de verschillen uitvergroten en opkloppen. Ze polariseren.

Met de superdiversiteit groeit dus ook de complexiteit van de stad. Lukt het dan wel nog om conviviaal met elkaar samen te leven?

Alledaags

De term multiculturalisme verwijst naar bewuste pogingen om etnisch-culturele minderheden in hun eigenheid te erkennen en hen bepaalde rechten te geven.

Superdiversiteit wordt vaak gelinkt aan het langzame, soms moeizame maar gestaag voortschrijdende proces van normalisering van diversiteit en verschil. Dat wil uiteraard niet zeggen dat die verschillen niet tot wrijvingen of conflicten leiden. Maar de lens van superdiversiteit kiest niet voor een problematiserende, wel voor een meer beschrijvende en analyserende positie. De samenleving moet langzaam wennen aan diversiteit.

Zowel de dagelijkse realiteit als sociologisch onderzoek tonen aan dat samenleven in de stad inderdaad gewoner loopt dan velen denken.

Onderzoekers zien in de Londense wijk Hackney vooral een ‘commonplace diversity’ ontstaan. Diversiteit als alledaags gegeven. Mensen kijken niet meer op wanneer ze andere talen horen, wanneer ze met ouders van heel verschillende origine aan de schoolpoort wachten of wanneer ze mensen met religieuze symbolen of kledij ontmoeten. Meertaligheid is het uitgangspunt, inbegrepen het aftasten van welke taal de communicatietaal is bij een eerste contact.

Ook in België verkende een onderzoeksteam superdiverse buurten in Brussel, Antwerpen, Gent en Oostende, met bijzondere aandacht voor de rol van taal in de context van superdiversiteit. Het lijkt tegenstrijdig, maar superdiversiteit en de ermee verbonden meertaligheid leidt in Vlaanderen juist tot een grotere rol voor het Nederlands. Het is de enige taal die iedereen deelt.

Convivialiteit in superdiversiteit

Een concept dat in die context opgang maakt, is ‘convivialiteit’.

Die term geeft taal aan de normaliseringsprocessen op wijkniveau. Het is net een veel lichtere term dan solidariteit om de sociale cohesie en bronnen ervan in de samenleving te vatten. De term werd vijftien jaar geleden al gebruikt om te verwijzen naar “het samenleven en de interactie die multiculturaliteit een gewoon kenmerk van het sociale leven maakte”.

Convivialiteit vergt van burgers dat ze wie vreemd en anders is met een zekere openheid benaderen, maar tegelijk voldoende afstand bewaren om de andere niet te schenden in zijn eigenheid en privacy.

Wel eens een praatje maken met de uitbater van de buurtwinkel, een pakketje ontvangen voor de buren, een handje toesteken bij het dragen van zware boodschappen. Maar de buren niet vragen wat er scheelt na een lawaaierige nacht, niet weten dat de moeder van de onderbuur onlangs overleed of niet doorvragen naar iemands religieuze overtuiging.

Niet naïef

Convivialiteit verwijst naar de capaciteit om samen te leven. Convivialiteit is dan geen geromantiseerd of naïef beeld van samenleven.

Het is een perspectief dat oog heeft voor ambivalentie. Het erkent spanningen en conflicten in dense en meertalige omgevingen, maar ziet ook hoe mensen er in het dagelijkse leven mee omgaan. Het gaat om “lived negotiation and belonging as practice”.

Maar is dit voldoende om het samenleven in diversiteit vorm te geven? Schuilt onder convivialiteit geen doorgedreven individualistische kijk op het samenleven? Kunnen we samenleven als we grotendeels vreemden voor elkaar blijven en lastige kwesties uit de weg gaan? Vergt samenleven dan geen expliciet doorgesproken politiek of maatschappelijk project? Of is leven in de stad per definitie leven met vaak onbekende anderen?

Ruimte doet ertoe

De mate van convivialiteit kan sterk verschillen tussen superdiverse wijken of in eenzelfde wijk tussen straten met rijwoningen en appartementen.

De verschillen tussen meer en minder conviviale wijken en straten roepen niet alleen de vraag op naar de oorzaken van deze verschillen. Ze confronteren ons ook met de vraag hoe je het samenleven in diversiteit moet en kan managen met het oog op het faciliteren van vormen van convivialiteit.

Voorwaardenscheppende factoren zijn ruimte voor ontmoeting, sociale mobiliteit en onderhoud van gebouwen. Maar het gaat ook om vormen van sociale controle, uitgeoefend door een conciërge, stadswacht, lijnspotter, buurtwerker of pleinbegeleider.

Het streven naar een grotere convivialiteit in steden kan dan ook niet zonder meer aandacht voor de publieke en semipublieke ruimte. Deze ruimte moet zo ontworpen zijn dat ze ontmoetingen faciliteert. Ze moet niet voor één functie ontworpen worden, maar kan verschillende functies voor verschillende groepen of mensen hebben, al of niet op dezelfde tijdstippen. Ze moeten uitnodigen tot ontmoeting of verbinding. De waterpartij in het Antwerpse Park Spoor-Noord is een goed voorbeeld. Het brengt niet alleen de kinderen samen, maar ook de volwassenen errond.

Inzicht in de diversiteit is daarbij cruciaal: “Successful spaces of encounter encourage planned as well as spontaneous meetings by integrating the routes and routines of different groups.”

Sociaal werker bemiddelt

Opvallend in onderzoek naar samenleven in diversiteit is de centrale rol die professionals, vaak sociale professionals, spelen in het faciliteren van dat conviviaal samenleven.

Het overbruggen van etnisch-culturele verschillen vergt kennis, inzet en ook wat durf. Er zijn immers risico’s mee verbonden. Die kunnen makkelijker gebufferd worden door een professional. Die kan teleurstelling bij het mislukken van interacties makkelijker van zich afschudden, want het behoort tot zijn professionele rol, eerder dan bij zijn persoon.

Buiten en binnen

Vanuit wiens perspectief bekijken we nu de superdiverse meerderheids-minderheidsstad? Welke beelden domineren in de media en het publieke discours over Brussel of Antwerpen? En wat moeten sociale professionals nu aanvangen met die superdiversiteit?

Dominant lijkt het buitenstaandersperspectief: de stad wordt van buitenaf beschreven, door mensen die er niet wonen. Het is de sub-urbane middenklasse blik.

Vanuit de sterke anti-stedelijke traditie die Vlaanderen kent, leidt dit vaak tot negatieve beeldvorming over de stad. De sterk toegenomen diversiteit en de overgang naar meerderheids-minderheidsstad versterken de negatieve perceptie. Het leidt tot opgeklopte anti-stedelijke angstbeelden. Voor wie het dagelijkse omgaan met verschil vreemd is, is de convivialiteit vaak moeilijk voor te stellen.

Het tweede perspectief is dat van binnenuit: hoe zien en ervaren stadsbewoners hun stad? De voorbije decennia was dit beeld sterk gekleurd door de witte blik. Het is immers niet omdat de meerderheid van de inwoners een migratieachtergrond hebben, dat de machtsstructuren zich even snel aanpassen.

Tot voor kort reproduceerden de media vooral de blik van de autochtone bewoners op ‘hun’ stad. Sommigen juichten de groeiende diversiteit toe, anderen verzetten zich tegen de verandering van ‘hun’ stad.

Complexiteit heeft haar rechten

Maar met de demografische verschuiving verandert stilaan ook de beeldvorming. Stemmen van stadsbewoners met een migratieachtergrond worden geleidelijk een onderdeel van het publieke debat. Niet alleen in het jeugdwerk of in werkingen rond diversiteit, maar evengoed in het onderwijs, de debatten over racisme en dekolonisatie of op politiek vlak.

De superdiverse meerderheids-minderheidsstad nodigt ons uit om ze niet vanuit één perspectief te bekijken. Ze wil de complexiteit van de stad tot haar recht laten komen doorheen de vele perspectieven van wie de stadsbewoners vandaag zijn: oud en jong, rijk en arm, stadsbewoners met en zonder migratieachtergrond, laag- en hooggeschoold.

…naar dialoog
  • Op welke manier moet een stad omgaan met zijn diversiteit?
  • Hoe kan men gesegregeerde bevolkingsgroepen uitnodigen om zich te integreren?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s