(89) Voor de symbiose van filosofie en wetenschap

AUTEUR: Mark Sanders

THEMA: Filosofie en wetenschap

OPMERKING: Dit is een longread. Leestijd: 20 min.

Filosofie zonder wetenschap is verloren in zichzelf. Wetenschap zonder filosofie is verloren in de natuur. Wanneer filosofie en wetenschap samen groeien, zullen we onszelf in de natuur vinden.

Wetenschap en filosofie horen bij elkaar. Ze vormen een symbiose, de ene kan niet zonder de ander. Filosofie draagt bij aan de wetenschap en wetenschap draagt bij aan de filosofie. Ze verbeteren elkaar en zijn slechter af zonder elkaar. Weliswaar zijn deze culturen in deze tijd zeer gescheiden. Het is het best voor beide om meer samen te komen en te integreren.

Ik zal nu even een beeld in uw inbeelding opbrengen zodat ik het kan gebruiken als metafoor.

Een belangrijk transitiemoment in de evolutie van het leven is de transitie van uni- naar multicellulair leven. Doordat een organisme uit vele verschillende cellen bestaat en niet meer een enkele cel is, kunnen de cellen differentiëren. Celdifferentiatie is het proces waarin cellen delen en prolifereren en meer en meer specialiseren in hun functie. Bepaalde cellen kunnen meer toespitsen op een bepaalde functie doordat de cellen bepaalde functies voor hun rekening nemen en niet meer andere functies moeten uitvoeren. Huidcellen dienen bijvoorbeeld voor de beschermende afscheiding van het intern milieu van de externe omgeving. De spieren samen met botten doen dit niet, maar maken wel beweging mogelijk en het cardiovasculair weefsel zorgt voor verdeling van voedingstoffen etc. Het menselijk lichaam is een netwerk van continu interagerende elementen. De helft van de cellen van ‘ons’ lichaam zijn zelfs bacteriën en ook zij zijn onontbeerlijk voor onze overleving. Alle onderdelen hebben allen een eigen functie en vormen een groot geheel, het organisme. Door de differentiatie van de cellen is het organisme in staat om complexer te functioneren doordat vele verschillende weefsels verschillende taken voor hun rekening kunnen nemen. Wel is het steeds belangrijk dat alle cellen goed communiceren en hun acties coördineren aangezien ze samen één enkel organisme vormen. Door de integratie van de onderdelen vormen ze een groter geheel dat functies heeft die niet door de onderdelen alleen uitgevoerd kunnen worden.

De verlichting is op analoge wijze één groot organisme.

Verlichting is de verbetering van de mens en steunt op de interactie van twee organismen, filosofie en wetenschap. Filosofie is het bestuderen van onszelf en wetenschap is het bestuderen van de natuur. Aangezien de mens een deel van de natuur is, is er een overlap tussen beide. Het onderscheid tussen de twee is eerder van graduele aard en een harde onderscheiding kan niet exact gemaakt worden. Beide gedragingen worden aangestuurd door gelijkaardige gedragsmatige drives en in beide acties maakt de mens gebruik van gelijkaardige denkmiddelen. Nieuwsgierigheid en een wil tot kennis drijven de mens in zijn gedrag. Ze zijn onlosmakelijk verbonden en de versplintering van beide maakt nu dus ook dat beide incompleet zijn. Deze hedendaagse versplintering gaat in tegen een heel belangrijk principe van het leven, het principe van eenheid. Zoals ongeveer 3,8*10^13 cellen samenwerken om in hun geheel u te vormen, zoeken filosofie en wetenschap samen naar onze plaats in de wereld.

De verbinding tussen filosofie en wetenschap kent een lange traditie die terug gaat tot het begin van beide. Het is enkel door de samenkomst van beide dat ze floreren. Filosofie en wetenschap hebben altijd al een sterke invloed gehad op elkaar. Plato, Aristoteles, Galilei, Descartes, Newton, Darwin, Einstein, Schrödinger, allen kwamen ze tot uitzonderlijke inzichten en in allen, zoals bij vele anderen, was filosofie en wetenschap organisch verbonden.

Het is maar recentelijk, vanaf de tweede helft van de 20e eeuw, dat de culturen sterk uit elkaar zijn beginnen groeien. Een aanzienlijk deel van filosofen minachten wetenschap en een aanzienlijk deel van wetenschappers zien filosofie als zinloos. En voor zij die het belang inzien is in de huidige context van steeds toenemende specialisatie het niet eenvoudig om zich te verdiepen in het werk van anderen. Er zijn moeilijkheden waar we voor staan en het zal niet eenvoudig zijn om ze te overkomen. (1) Maar met kleine stappen kunnen we voorbij onwaarschijnlijke bergen gaan en evolueren naar een symbiose en eenheid van filosofie en wetenschap.

Wat is filosofie?

Sta me toe een (stijl)figuur te gebruiken; Socrates, een man en paardenvlieg die Athene stak met kritische vragen om aan te sporen tot groei in het bewustzijn en morele denken. Socrates is bekend voor het opmerkelijke gedrag dat hij vertoonde in de setting van ‘het forum’. Daar wachtte hij tot een prooi in zijn web kwam en dan, wanneer zijn prooi in bereik was, sloeg hij toe, overviel hij de persoon met vragen. Door vragen op te werpen initieerde hij de dyadische interactie van een dialoog. Wat is rechtvaardigheid? Wat is deugdelijk? Wat is kennis? Het zijn enkelen van de vele vragen die hij stelde.

Bedenk u even wat dit gedrag is. Hij zocht naar de basis van de morele waarden van de mensen of de kennis die ze hadden en stelde ze in vraag. Zoals een getraind varken op zoek naar truffels, groef hij in het denken van de mensen. Hij bleef mensen ondervragen tot ze het niet meer wisten. Zo bracht hij onderliggende impliciete assumpties aan het licht en toonde grenzen van de menselijke kennis. Hij maakte de mensen bewust van zichzelf als een entiteit in de natuur en een sociale wereld. Hierdoor creëerde hij een moment van reflectie. Dat is filosofie. Filosofie is denken over denken en doen.

En wel, wetenschappers denken, mensen denken.

Denken en spreken is typerend voor de mens. Door de complexiteit waarmee de mens dit kan doen, onderscheidt hij zich van vele andere dieren. Door deze cognitieve functies kan de mens zijn gedrag bijsturen. De mens kan een vooruitzicht op de toekomst vormen en door te spreken ideeën delen met anderen. We kunnen andere mensen leren hun gedrag te veranderen en bewust maken van zichzelf. Hoe moet u zich verhouden tot anderen? Moet ik er zelfs bij stil staan? Hoe kan u het goede meer in de wereld brengen? Hoe kan u het schone meer doen groeien?

In het denken over deze vragen moet een mens begrip hebben van de werking van de wereld. Hij moet de gevolgen van acties kunnen voorspellen. Hij moet de natuur begrijpen. Wetenschap is steeds de basis van alle kennis. De kennis waarop we steunen voor denken over filosofische vragen. Dat is het belang van wetenschap voor filosofie.

Wetenschappers kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de belangrijke filosofische en ethische problemen en vragen waar we allen in het leven mee geconfronteerd worden. Neurobiologie moet mee aan de basis liggen van elke moderne ethische theorie.

Nu, laten we de andere levensvorm analyseren.

Wat is wetenschap?

Wetenschap is een eindeloze zoektocht naar de waarheid. Het is een progressie, een continue evolutie. Het denken van de mens verandert steeds. Elke representatie van de realiteit is steeds partieel. Er is (nog) geen ultieme waarheid, de finale theorie. Er is alleen dieper begrijpen. Er is een stroom in het denken van de mens. Nieuwe modellen vervangen oudere modellen en steeds kan men verder kijken dan voordien. (2)

We zijn geboren midden in deze stroom, zoals we geboren zijn midden in de stroom van natuurlijke evolutie.

Van enkele atomen zijn enkele moleculen gekomen. Uit moleculen zijn enkele cellen gekomen en van deze simpele beginselen groeien en vermeerderen levensvormen steeds. Uit de mens zullen dan mogelijk anderen levensvormen komen. We zijn allen een deel van de stroom van natuurlijke evolutie. De natuurlijke wereld is continu in verandering en wij zijn continu in verandering.

De menselijke soort is ontstaan zonder wiskunde, taal of technologie. Kennis over de wereld rondom en in ons is beetje bij beetje opgebouwd. Van simpele beginsels is onze taal en denken geëvolueerd en het verandert steeds. We leren dag na dag beter de wereld te beschrijven en onszelf meer correct uit te drukken. De mens leert geleidelijk aan spreken.

Wij mensen zijn dieren, die minst van allen afhankelijk zijn van ingeboren instincten. Door zintuigen kan hij leren over de wereld. Door zijn neurobiologische structuur kan de mens informatie overdragen van organisme op organisme. Gedragingen worden overgedragen en met taal kan de mens ideeën overdragen. Het is een cultureel evolutionaire stroom. En daar midden in zijn wij geboren. Nu leven wij.

De kennis die we hebben over de natuur en onszelf is steeds tijdelijk. Met de ideeën van nu moeten we nieuwe en betere ideeën zien te creëren. Wat wij weten dragen we over aan anderen die zullen komen. En zij zullen er dan op verder kunnen bouwen en verder gaan en zien dan ons.

Waarom filosofie voor wetenschap ?

Elke mens is volledig gepermeëerd met de ideeën van zijn tijd. We zijn uitermate sterk cultureel gevormd. Dit maakt dat geen enkele persoon of wetenschapper aan filosofie kan ontsnappen. We hebben allen bepaalde presupposities. De vraag is of we er ons van bewust zijn of niet. De ideeën die u heeft over de wereld, de bedoeling van het leven passen binnen een bepaald kaderwerk. Ze steunen op zekere principes.

Door te reflecteren op ons denken en doen leren we in te zien hoe ze gevormd worden. Het geeft een mens een zekere vrijheid tegenover de stroom van zijn tijd. Met de moed om te denken kan een persoon er zich dan van losmaken en met zijn eigen rede zichzelf vormen.

Doordat anderen en wij onszelf de vragen niet opwerpen worden we niet bewust van de concepten die we gebruiken en hun grenzen. We zullen niet zien waar we heen gaan. We zullen blind door de wereld dolen, daar er zelfs geen weg meer is. We geraken verloren in de natuur.

Met filosofische reflectie groeien we in ons zelfbewustzijn. We zoeken en kijken naar onszelf. Zo kan filosofie de wetenschap helpen in het denken.

Wat zal deze symbiose dan brengen?

De interactie van deze twee levensvormen zal beide versterken zoals dat gebeurde in het verleden. (3)

Door ontdekkingen van de 17e eeuw is de transitie gekomen van het Aristotelisch naar Newtoniaans wereldbeeld. De wijze waarop men de wereld zag, werd de daaropvolgende 300 jaar uitgebreid op de fundamenten die Newton heeft gelegd. Het Newtoniaans wereldbeeld was uitermate succesvol. Het kon ogenschijnlijk alles verklaren. Van het bewegen van de hemellichamen door zwaartekracht tot de dynamische beweging van de kleinste deeltjes die er bestaan.

Tegen het einde van de 19e eeuw begon de wetenschappelijke gemeenschap te denken dat de wereld volledig verklaard was. Ons fundamenteel begrijpen van de wereld was volledig. We hadden het grote beeld. We hadden een uitzicht op een grote open weide.

Op 27 april 1900 bracht Lord Kelvin zijn befaamde lezing ‘Nineteenth-Century Clouds over the Dynamical Theory of Heat and Light’ aan de Royal Institution. (4)

Lord Kelvin begon: ‘The beauty and clearness of the dynamical theory, which asserts heat and light to be modes of motion, is at present obscured by two clouds.’ Weliswaar waren er nog enkele wolken in ons uitzicht, maar het Newtoniaanse wereldbeeld was zo succesvol geweest. Het was geen reden om het bij enkele experimentele inconsistenties al direct af te werpen.

De wolken waar Lord Kelvin naar verwees, waren twee grote problemen in de fysica die nog overbleven bij het begin van de 20e eeuw. Het eerste experiment was het falen in het detecteren van de aether in het Michelson-Morely experiment. (5) En de tweede wolk was de ‘black body catastrophe’ waarin de voorspelling voor radiatie van zwarte lichamen niet overeenkwam met de experimentele metingen.

Het falen van deze experimenten kon alleen met nieuwe ideeën opgelost worden. De nieuwe theorieën van relativiteit en kwantummechanica waren nodig om deze problemen op te lossen. In het begin van de 20e eeuw zijn deze theorieën sterk uitgebouwd met inzichten van Einstein, Heisenberg, Bohr en vele anderen.

Belangrijke doorbraken in deze periode waren direct geïnspireerd door de filosofie van de tijd. Heisenbergs denken was gegrond in logisch positivistische filosofie en hij stelde dit expliciet. Einstein was sterk geïnspireerd door de filosofische geschriften van Mach, Poincaré, Schopenhauer, Leibniz, Berkeley. Schrödinger en Bohr waren ook duidelijk in hun erkentelijkheid voor het belang van filosofie. (6-8)

Deze theorieën breken met het Newtoniaans wereldbeeld, een beeld dat we voor honderden jaren vasthielden en de interactie van filosofie en wetenschap was ervoor van vitaal belang.

Tijd en ruimte zijn niet meer absoluut en veranderen door beweging. Fundamentele deeltjes zijn zowel een golf als deeltje, hebben opwaartse en neerwaartse spin, tegelijk. Alle gebeurtenissen die zouden kunnen gebeuren tussen metingen, gebeuren.

Kwantummechanica en relativiteit geeft een beeld dat anders is dan dat we afgelopen 2500 jaar lang onszelf voorhielden. Ideeën die we honderden en duizenden jaren hebben aangehangen zullen we moeten loslaten.

Kwantumtheorie en -relativiteit zijn ver weg van de intuïtieve directe dagdagelijkse wereld. Dit illustreert iets kenmerkend voor wetenschap. Wetenschap verrijkt de menselijke ervaring. Door dieper te begrijpen en een meer uitgebreide representatie te vormen zien we meer hoe merkwaardig de natuur is. Het buigt onze verbeelding naar de verste van extremen. Wetenschap is verder gaan dan de menselijke vorm en we moeten hier voorbij gaan!

Met het verder uitbreiden van onze kennis zullen we verder naar het onbekende gaan. Een dieper begrijpen van de realiteit en dichter komen tot de natuur.

Keer op keer zal de mens moeten veranderen wil hij dichter tot de waarheid komen. We moeten in ons denken en zijn evolueren net zoals het leven. Het is een les dat we kunnen leren van de vele levensvormen rondom ons.

Over leven gesproken, dit brengt ons naar een andere wetenschappelijke revolutie waarin we meer het beeld van onszelf moeten herzien: evolutietheorie.

Darwin en Wallace, ontdekkers van natuurlijke selectie, hebben beide presupposities in het denken van hun tijd moeten overwinnen. Soorten veranderden niet en nieuwe soorten ontstonden niet. De soorten die er bestonden waren altijd zo geweest en gingen altijd zo zijn. Deze ideeën kwamen voornamelijk voort uit de Aristotelische traditie. Door de natuurlijke wereld te observeren begonnen ze beide geleidelijk te veranderen in hun denken.

In 1830 begon Darwin zijn 5-jarige reis mee met HMS Beagle. Op deze reis verzamelde Darwin zeer veel specimina en fossielen. Dit deed hem de brede variatie van levensvormen inzien die de natuurlijke wereld kenmerken. Nadat hij terug in Engeland was, begon Darwin geleidelijk aan te denken dat soorten wel konden veranderen en dat er mogelijk zelfs nieuwe konden ontstaan. Hij zag bijvoorbeeld dat de schildpadden van op de verschillende Galapagoseilanden anders waren en begon na zijn terugkomst te denken dat ze oorspronkelijk van het vasteland afkomstig waren en later zijn veranderd op de verschillende eilanden. Hoe? Wel, dat wist hij nog niet. Darwin kende het achterliggende mechanisme van evolutie nog niet. Vervolgens las hij Malthus’ Essay on a Principle of Population en kwam tot een tweede belangrijk inzicht. Malthus beschreef de toename van de populaties van organismen. De toename van organismen verloopt exponentieel en dus sneller dan de voedselvoorraad van een omgeving kan ondersteunen. Dit zal dan leiden tot een ‘struggle for existence’. Enkel de organismen die het best aan de omgeving aangepast zijn, zullen overleven. Darwin had het mechanisme ontdekt. Een variatie in de organismen zal gecombineerd met een strijd voor overleven leiden tot het overleven van een select deel van de organismen, die dan hun eigenschappen zullen overdragen. Enkel deze levensvormen zullen dan blijven bestaan en de populatie zal dan meer en meer uit deze levensvormen bestaan. De soorten zullen veranderen, ze zullen evolueren.

De evolutie van Wallace’s denken heeft enkele opmerkelijke parallellen met dat van Darwin. In 1840 was Wallace aan meerdere reizen begonnen. Wallace observeerde ook velen specimina. Tijdens deze reizen, door het observeren van de natuurlijke wereld rondom zag hij ook de rijke variatie die de natuurlijke wereld kenmerkt. Geleidelijk aan begon hij te denken dat soorten konden veranderen en nieuwe ontstaan. Bij een reis in 1858 kreeg Wallace malaria. Dan tijdens de koorts, kwam het inzicht dat er een ‘struggle for existence’ is en dat dit idee samen met variatie het mechanisme is achter de evolutie van soorten. Wat later schreef hij dit neer en stuurde hij dit werk op naar Darwin.

De evolutietheorie werd voor het eerst aan de wetenschappelijke gemeenschap gepresenteerd in 1858. Darwin presenteerde bij een bijeenkomst van de Londen scientific society een manuscript met inleiding van zijn hand en de paper van Wallace. (9) Ze hadden beide gelijke bevindingen en het mechanisme achter evolutie ontdekt. Deze eerste presentatie bracht welswaar niet direct veel teweeg. Het daaropvolgende jaar werkte Darwin deze ideeën verder uit en schreef uit het bewijsmateriaal dat hij al die jaren al aan het verzamelen was als één lang argument; The Origin of Species. (10)

Deze theorie heeft grote implicaties voor de mens en hoe we onszelf in de natuur zien.

De mens heeft geen speciale plaats in de creatie van leven. De mens is een dier onder de dieren en niet beter noch slechter dan anderen. De mens bestaat. Deze ideeën zijn een complete transformatie van het Aristotelische denken waarin er inherent aan de natuurlijke wereld een grote hiërarchie is met de mens vanboven en anderen onder ons. Niets is minder waar. Mens en plant en insect en muis, we staan allen op gelijke voet.

Allen zijn we samen verbonden in het leven. De evolutietheorie doet onze verwantschap met al het leven op aarde inzien. We zijn verwant met elke levensvorm die op de aarde loopt, kruipt, zwemt en vliegt en groeit. Elke plant die u ziet, elke vogel die u passeert, telkens wanneer u een ander deel van onze gedeelde sferische rots ontdekt, ziet u ander leven waar u mee verwant bent.

De evolutietheorie met kwantummechanica tonen de verbinding van al het leven op aarde, al de materiele dingen niet levend als wel levend.

Er is een diepe verbinding tussen de mens en de natuur. We zijn verbonden met de natuur in ons zijn. De mens is verbonden met de natuur in zijn structuur, geschiedenis en lot. De atomen die ons bepalen zijn dezelfde als in de wereld rondom ons. De fundamentele principes van de fysica gelden evengoed rondom ons en in de stenen en mieren en mensen. De opbouw van de mens is door een gedeelde evolutionaire afkomst deels gelijk met alle andere levensvormen. Al onze cellen hebben een nucleus zoals alle Eukarya. De mens ademt de lucht van de atmosfeer zoals alle terrestrische dieren. En alle zoogdieren voelen de passies die ons binden. Wij zijn verbonden, wetenschappers en filosofen. Wij zijn allemaal primaten op een grote ronde rots dat aan 30 km/s rond de zon, 220km/s rond het centrum van de Melkweg en 1000km/s naar the Great Attractor door ruimte gaat, zoekend naar wat we niet weten en een plaats in ons universum.

Enkel samen gaan we dichter tot de waarheid komen, samen dichter tot de natuur.

Eindnoten
  1. Laplane L, Mantovani P, Adolphs R, Chang H, Mantovani A, McFall-Ngai M, et al. Opinion: Why science needs philosophy. 2019;116(10):3948-52.
  2. Woese CR. A New Biology for a New Century. 2004;68(2):173-86.
  3. DeWitt R. Worldviews : an introduction to the history and philosophy ofscience. 2018.
  4. Kelvin L. I. Nineteenth century clouds over the dynamical theory of heat and light. The London, Edinburgh, and Dublin Philosophical Magazine and Journal of Science. 1901;2(7):1-40.
  5. Michelson AA, Morley EW. On the relative motion of the Earth and the luminiferous ether. 1887;Series 3 Vol. 34(203):333-45.
  6. Rovelli CJFoP. Physics Needs Philosophy. Philosophy Needs Physics. 2018;48(5):481-91.
  7. Schrödinger E. What is Life? The Physical Aspect of the Living Cell: Cambridge University Press; 1944.
  8. Schrödinger E. Nature and the Greeks: Cambridge University Press; 1951. 317-8 p.
  9. Bulmer M. The theory of natural selection of Alfred Russel Wallace FRS. Notes and records of the Royal Society of London. 2005;59(2):125-36.
  10. Darwin C. On the origin of species by means of natural selection, or preservation of favoured races in the struggle for life: London : John Murray, 1859; 1859.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s