(72) Het schijnhuwelijk tussen geloof en rede – deel 1.

Van kritiek…

AUTEUR: Thomas Rotthier

THEMA: Filosofie, Sociologie

“Isn’t it enough to see that a garden is beautiful without having to believe that there are fairies at the bottom of it too?” – Douglas Adams

Geloven in God – of meerdere goden – heeft verregaande consequenties. Een gelovige zal God levenslang dankbaarheid betonen in de vorm van gebed, rituelen en plechtigheden. De meeste christenen en moslims geloven in een leven in het hiernamaals. Hieruit vloeit bijna automatisch voort dat dit ‘aardse’ leven minder belangrijk is. De real deal is het eeuwige leven dat erop volgt. Om dat hiernamaals te bereiken moeten gelovigen de morele voorschriften volgen die God heeft meegegeven[1]. De impact van religie valt dus niet te onderschatten. Ongeveer 87% van de wereldbevolking noemt zichzelf religieus, in België is dat 66%.

Er zijn weinig religieuze intellectuelen die hun religieus wereldbeeld filosofisch verdedigen in het publieke debat. Othman El Hammouchi vormt daarop gelukkig een uitzondering.  Toch is het wereldbeeld van El Hammouchi in veel opzichten problematisch. De problemen ontstaan uit zijn zekerheid dat er een God of Allah bestaat. Die zou zich in de 7de eeuw na Chr. geopenbaard hebben aan een zekere Mohammed, een Arabische koopman. De koran is de letterlijke neerslag van die openbaring.

De meeste gelovigen beschouwen geloof als een ‘sprong’, a leap of faith. Ze pretenderen niet dat ze rationele argumenten of bewijzen hebben voor het bestaan van God. Hun geloof is vooral gebaseerd op het feit dat ze de aanwezigheid van God op een of andere manier voelen, met andere woorden op een subjectieve religieuze ervaring. El Hammouchi beweert echter dat geloof en rede (‘Fides et Ratio’) helemaal niet botsen, maar in feite perfect verenigbaar zijn. In de middeleeuwen waren er veel filosofen die dezelfde positie verdedigden, met als beroemdste voorbeelden Anselmus en Thomas Van Aquino. Maar ook de eerste moderne natuurwetenschappers, zoals Galileo en Newton, geloofden dat theologie en natuurwetenschap geen vijanden waren, maar elkaar zelfs aanvulden.

ddd
Isaac Newton (bron: Wiki)

Toch kunnen ook genieën er al eens grandioos naast zitten. Geloof en wetenschap zijn niet te verzoenen, hoe vaak en hoe graag sommige gelovigen dit ook verkondigen. Vooraleer ik daar dieper op in ga moet ik echter eerst iets zeggen over de zogenaamde godsbewijzen (of -argumenten) die El Hammouchi vermeldt.

God bewijzen: een onheilig idee

De laatste decennia is er binnen de filosofie van religie een revival van godsbewijzen aan de gang. Hedendaagse filosofen als William Lane Craig, Alvin Plantinga en Richard Swinburne hebben hier boeken over vol geschreven. Daarin zetten ze nauwgezette constructies op om het bestaan van God te bewijzen of op zijn minst aannemelijk te maken.

dddddd
 William Lane Craig, de filosofische ster van christelijk Amerika

Ik zal de lezer de details van deze godsbewijzen besparen. Mijn bedoeling is enkel om de vinger te leggen op een aantal algemene mankementen van deze ‘bewijzen’. Dit is belangrijk omdat Godsgeloof een soort ‘oerillusie’ is die vaak tot allerlei andere irrationele opvattingen over moraal, politiek en levensbeschouwing leidt (de ene al schadelijker dan de andere).

De godsbewijzen van Craig en co doen in feite beroep op een aantal fundamentele intuïties die veel mensen hebben over de wereld. Het bewijs van de Eerste Oorzaak bijvoorbeeld stelt dat alles een oorzaak heeft en dat het universum dus ook een oorzaak moet hebben. Die oorzaak moet dan ‘noodzakelijk’ een goddelijke entiteit zijn. Om te voorkomen dat er een oneindige reeks oorzaken is, moet er een ‘Eerste Oorzaak’ zijn die zelf ‘onveroorzaakt’ is, oftewel God. Maar hiermee ontstaat meteen een ander probleem: een onveroorzaakt ding of wezen botst met de intuïtie dat alles een oorzaak heeft. Het is niet duidelijk waarom en vooral hoe God aan deze causale logica zou kunnen ontsnappen. Deze impasse is trouwens erg typerend voor godsbewijzen: ze lossen één probleem op, maar hierdoor verschijnen direct een hoop nieuwe problemen, net zoals bij de koppen van de mythische slang Hydra.

Het tweede mankement van godsbewijzen is dat ze altijd neerkomen op een argument vanuit onwetendheid. Omdat we niet weten hoe het universum is ontstaan, wat de Big Bang precies in gang heeft gezet, hoe het eerste leven is gevormd…. moet hier wel een God aan ten grondslag liggen volgens de theïsten[2]. Theologen kunnen het niet laten om God als ‘gatenopvuller’ te gebruiken zoals Maarten Boudry treffend aantoonde. Als er een gat is in de wetenschappelijke kennis zullen ze God er trachten in te proppen. De laatste variant van dit God-van-de-gatenargument is het Finetuning-argument. God zou dan de enige verklaring vormen waarom de natuurwetten zo fijn zijn ‘afgesteld’ dat ze het leven op deze kleine, blauwe planeet zouden mogelijk maken.

Deze gatenstrategie is allesbehalve nieuw: ze is gedurende eeuwen gebruikt en telkens weer gerecycleerd. Telkens opnieuw faalde deze strategie doordat de wetenschap geleidelijk aan de gaten in onze kennis opvulde: denk maar aan de de verklaring van natuurrampen, de evolutieleer, de verklaring voor de vorming van sterren en planeten, de inflatietheorie… Bij al deze wetenschappelijke verklaringen is de God-hypothese volstrekt overbodig. Het universum functioneert perfect zonder Hem.

Het klopt natuurlijk dat we bepaalde zaken nog niet weten en misschien nooit zullen weten. Maar dan is het beter om intellectueel bescheiden te blijven en ons oordeel (voorlopig) op te schorten. Het opstellen van abstracte, deductieve ‘bewijzen’ over de wereld – de favoriete bezigheid van armstoelfilosofen – biedt geen soelaas. Dit soort filosofie, losgezongen van elke empirie, heeft nog nooit betrouwbare kennis opgeleverd.

Tot slot hebben godsbewijzen nog een ander gebrek: mochten ze toch geldig zijn, dan bewijzen ze nog steeds niet het bestaan van de zeer specifieke God die monotheïsten in gedachten hebben. De abrahamitische God is een persoonlijke God, die alwetend, algoed en heel machtig is. Maar waarom zou het ding of wezen dat de ‘Eerste Oorzaak’ van het universum vormde een persoon zijn? Volgens theïsten heeft God een geest, maar geen lichaam. Maar hoe kan een wezen zonder fysiek brein of lichaam überhaupt iets denken, willen of veroorzaken? Je hoeft geen wetenschappelijk doctoraat te hebben om dit compleet nonsensicaal te vinden. Pro memorie: God wordt in deze bewijzen van Craig, Swinburne en Plantinga als ‘verklaring’ opgevoerd voor alles wat bestaat. Maar die verklaring roept enkel maar meer vragen op over de bizarre natuur van die God.

Apologeten kunnen hier als laatste wanhoopspoging nog opwerpen: ‘God gaat ons begrip te boven’. Maar hoe weten ze dan zo zeker dat God ons begrip te boven gaat? Het is een gemakkelijke ontwijkingstrategie.

Nog drie nagels in Gods doodskist

Christenen, moslims en joden geloven niet alleen in bovennatuurlijke Schepper, maar ook in goddelijke openbaring. Die openbaringen zijn respectievelijk vastgelegd in de koran en de bijbel. De bijbel is goddelijk geïnspireerd, de koran is het letterlijk woord van Allah.

Dat deze teksten hoogst problematisch zijn, is bekend. Ik zoom even in op de koran, die volgens moslims een volmaakte openbaringstekst is. De koran bevat eerst en vooral duidelijke contradicties. Dus ofwel is God een verwarde geest, ofwel is de koran gebaseerd op onbetrouwbare getuigenissen die elkaar tegenspreken. In dat geval is het geen betrouwbare leidraad.

Ten tweede staan er in de koran een heleboel dingen die wetenschappelijk onhoudbaar zijn. Het meest evidente voorbeeld zijn de mirakels die erin vermeld worden: Mohammed zou op een gevleugeld, paardachtig wezen naar de zevende hemel gevlogen zijn. Hij zou ook de maan in twee gesplitst hebben. Je zou verwachten dat andere culturen uit de zevende eeuw over die gespleten maan iets opgetekend hebben, maar zo’n verslag is opvallend afwezig. Daarnaast figureren er in de koran ook pratende mieren en dode vogels die kunnen vliegen.

Ten derde zijn veel van de morele richtlijnen die de koran geeft verwerpelijk. Er zijn reeds een heleboel auteurs met expertise die hierop gewezen hebben: Ali Rizvi, Sara Haider (beide ex-moslim), Paul Cliteur, Eddy Daniels, Etienne Vermeersch, Leo De Haes, wijlen Christopher Hitchens….

Ik geef slechts één voorbeeld. Vermeersch schreef vorig jaar in De Morgen een goed gedocumenteerd artikel over de vrouwonvriendelijkheid van de koran. Helaas vindt El Hammouchi dit geen afdoende bewijs voor de misogynie van de koran, iets wat ik eerlijk gezegd onbegrijpelijk vind.  Als Allah echt zou bestaan en als de koran daadwerkelijk zijn woorden weergeeft, kunnen we enkel maar besluiten dat Hij een vrouwenhater is. Over Allah’s houding naar andersgelovigen, afvalligen en holebi’s zal ik maar zwijgen.

koran
 Koran (bron: Wiki)
Vooruitblik

Ik heb hiermee enkele redenen gegeven waarom het geloof in Allah of God op zijn minst twijfelachtig is. Zelfs als je gelooft in een God – wat uiteraard ieders goed recht is – dan is het bijzonder problematisch om een specifieke openbaringstekst als waarheid aan te nemen.

In de volgende stukken zal ik dieper ingaan op de verantwoording die El Hammouchi geeft voor het religieus opvoeden van kinderen en zijn opvattingen over preutsheid en seksuele moraal. Het laatste stuk zal gaan over atheïsme. Veel religieuze apologeten hebben beweerd dat atheïsme noodzakelijkerwijs moet leiden tot nihilisme, relativisme, ‘sciëntisme’ of zelfs immoreel gedrag. Richard Dawkins, de beroemde bioloog en atheïst, kreeg vaak het verwijt te horen dat hij even fanatiek zou zijn in zijn ongeloof als fundamentalisten in hun geloof. Ook Johan Sanctorum bevestigt dit cliché in een overigens amusant stuk op zijn facebook-wall. Maar de kritiek op atheïsten is onterecht en vloeit grotendeels voort uit onwetendheid. Atheïsme gaat perfect samen met een geloof in goedheid, waarheid en schoonheid. Dit zal ik verdedigen in het vervolg van deze reeks.

Noten

[1] Uiteraard gelooft niet iedere christen, moslim, jood… even sterk in de religieuze kernopvattingen die ik opsomde. In geseculariseerde landen als België zijn er een heleboel gradaties tussen geloof en niet-geloof ontstaan, zeker bij christenen. Zo zijn er velen onder hen die agnostisch zijn over het hiernamaals of gelovigen die het begrip God veel vager gaan definiëren dan de bijbel. Dan zijn er ook nog ietsisten, cultuurchristenen, agnosten tout court, new-agers, enzovoort. Mijn argumenten zijn in de eerste plaats niet gericht aan deze ‘tussengelovigen’, maar wel aan overtuigd gelovigen.

[2] Theïsten is een koepelterm voor al wie in één God of meerdere goden gelooft.

…naar dialoog

(suggesties en vragen ter stimulans voor verdere dialoog)

  • Wat is rationaliteit?
  • Wordt het begrip ‘rede’ in een gelovig denksysteem anders gebruikt als in een wetenschappelijk denksysteem?
  • Is wetenschap zelf een geloof? Namelijk ‘het geloof in de rede’. Waartegenover een godsdienst bv. een ‘geloof heeft in een God’.
  • Spreken godsdienst en wetenschap in twee talen die onverenigbaar zijn met elkaar?
  • Kan je bewijzen dat God niet bestaat? Of is agnosticisme de best verdedigbare positie?

6 reacties op ‘(72) Het schijnhuwelijk tussen geloof en rede – deel 1.

  1. Ik ga even in op de vraag: “Kan je bewijzen dat God niet bestaat?”
    Dat werpt op zich al verschillende vragen op: Kan je überhaupt bewijzen van iets dat het niet bestaat?
    Welk denkkader moet je aanvaarden om te toetsen of een bewijs geldig is of niet? Ik denk dat dit dus al een verkeerde vraag is. Over welke ‘God’ heeft men het om te beginnen? Het begrip God betekent in alle culturen en geloven iets anders. Je kan misschien proberen te bewijzen dat de God van een of andere specifieke openbaring niet kan bestaan. De vraag is of dat veel zin heeft. Maar for the sake of argument: de vraag is fout, omdat de God waarvan sprake niet is gedefinieerd en je kan niet proberen iets te bewijzen of ontkennen dat niet duidelijk gedefinieerd is. Ik herinner me dat Vermeersch ooit iets zei in de trant van: je kan niet bewijzen dat er geen God kan bestaan, maar ik weet wel zeker dat de God van de bijbel niet bestaat.

    Like

    1. Beste Jan, de God die ik hier bedoel is de abrahamitische God, dwz een bovennatuurlijke schepper van het universum, die algoed, alwetend en heel machtig is.

      Je kan het niet-bestaan van iets aantonen in sommige gevallen door te bewijzen dat een concept (bvb. een vierkante cirkel) logisch incoherent is. Sommige filosofen zeggen dat een alwetende, almachtige God incohorent is. Als God de toekomst weet dan kan hij ze niet veranderen. Als hij hij ze niet veranderen is er iets dat hij niet kan en is dus niet almachtig. Dit is maar een (vereenvoudigd) voorbeeldje.

      Wat betreft de definitie van God: er is inderdaad de tendens om de allerindividueelste invulling te geven van God in zo vaag mogelijke bewoordingen. Zo is er bvb. het ietsisme. Maar dat soort godsbeeld wil ik niet bestrijden, aangezien dat al begint aan te leunen bij atheïsme en omdat zo’n vaag Godsbeeld weinig morele of existentiële consequenties heeft.

      Like

  2. Dank u wel voor uw reflectie. Ik heb er twee bedenkingen bij:

    1. Dat onze hersenen een rol spelen in de religieuze ervaring en cognitie ondermijnt religie als dusdanig niet, denk ik. Spelen zij geen rol in ons gehele innerlijk? Wel daagt die vaststelling de theologie uit om het concept van de ziel en de relatie tussen lichaam en ziel te herdenken. Wezenlijke vraag is dan waar ‘ik’ begin en ophoud in relatie tot mijn lichaam als biologisch organisme, en met name het brein. Andere vraag is hoeveel ruimte je voor dergelijke theologische herinterpretatie te rechtvaardigen acht. Hetzelfde geldt – en ik denk nog dringender – voor de evolutionaire verklaring van die hersenstructuren.

    2. Wat als God in plaats van een object net de transcendente grond van onze subjectiviteit zou zijn en dat Hij voor de gewone ervaring bijgevolg alleen indirect, als in een spiegel, toegankelijk is? Zou dat de relatie tussen de (onzegbare) God en (cultureel bepaalde) godsbeelden kunnen uitdrukken? Ik bekeek onlangs nog een voordracht van boeddholoog Robert Sharf, een scherp denker, waarin hij wijst op een volgens hem fundamentele ‘loop’ waarop we voortdurend botsen in ons filosofisch denken en die te maken heeft met het feit dat we voor onszelf tegelijk subject en object zijn. (https://youtu.be/QTp2snIa-cU)

    Nog een suggestie: het huidige nummer van Journal of Consciousness Studies gaat over zogeheten ‘altered states of consciousness’. Heel boeiend.

    Like

    1. Oei, mijn reactie was eigenlijk bedoeld op het stuk (74) God zit tussen de oren. Ik zat blijkbaar onbewust in een ander scherm te typen, sorry. Het gaat ten gronde wel over hetzelfde onderwerp, maar mijn eerste bedenkingen sluiten aan op zijn concrete insteek.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s