(37) De postmoderne moraal.

AUTEUR: Patrick Bailliu

THEMA: Filosofie

Wat is een postmoderne moraal en hoe verhoudt deze moraal zich tot de moderniteit?
Ik haal de mosterd bij de Poolse socioloog Bauman als ik schrijf dat het postmodernisme het toonbeeld is van toeval, pluralisme en variabiliteit, een radicalisering van het modernisme. Bauman begrijpt het postmodernisme als een voortzetting van het modernisme en niet als een breuk. Het modernisme luidde een periode in waar de mens mocht hopen op een betere toekomst. Een toekomst waar de waarden gelijk, vrijheid en rechtvaardigheid zouden heersen en de mensheid dichter zou brengen bij de vooruitgang door de intrede van de mens als een rationeel wezen.

De Verlichte ideeën centreerden zich rondom de vraag naar beheersing en zekerheid. Daarvoor was het opstellen van wetten, regels, normen en ook ethische principes en het uitbannen van ambivalentie noodzakelijk. Maar om terug Bauman aan het woord te laten toont de huidige postmoderne samenleving een toenemende ambivalentie. Hij stelt in zijn essay ‘Modernisme en Ambivalentie’: ‘Er zijn vrienden en vijanden. En er zijn vreemdelingen.’ (Bauman 1990 p. 143). De aanwezigheid van vreemdelingen verstoort de belangrijke dynamiek tussen binnen en buiten, vrienden en vijanden. Vandaag veroorzaken vreemdelingen veel irritatie omdat zij onvoorspelbaar zijn en de vaststaande logica van een maatschappij ondermijnen.’

Het leidt volgens Bauman (Leven met veranderlijkheid, verscheidenheid en onzekerheid 1998) naar een gedecentraliseerde en gefragmenteerde sociale orde, het heeft onder meer zijn gevolgen voor de ethiek. In deze orde ontstaat een moraal zonder ethiek, maar wat bedoelt Bauman daar mee?

De moraliteit tussen een groep mensen toont weinig tot geen gelijkenis met een set universele regels, waarnaar ethiek, volgens de moderne filosofie toch, zou moeten streven. Met andere woorden de postmoderne moraal bewijst dat moderne moraliteit een illusie is. De hoop tot één universele ethiek mogen we gerust afvoeren. Het doet me denken aan wat de Deense filosoof S. Kierkegaard al uitvoerig schreef in zijn werken Of/Of en Vrees en Beven ruim 150 jaar voordien. De illusie van de universele ethiek stuit op het atomisme van de hedendaagse samenleving waar de nadruk ligt op individualiteit en individuele verantwoordelijkheid. Alleen is het met de individuele verantwoordelijkheid erg gesteld. De groeiende intolerantie voor de ander toont dit mooi aan, ik hoef maar te verwijzen naar het verhaal oorlogsvluchtelingen en migratie. Maar is het wijzen naar de ander als oorzaak van het probleem wel de oplossing?

De uitdaging is dat de mens de harde realiteit onder ogen ziet en bereid is zijn eigen verantwoordelijkheid op te nemen voor wat durft fout te gaan. Het voorbeeld van het huwelijk is hier gepast. Vroeger trouwde men uit het principe van ‘in goede en kwade dagen’. In de huidige samenleving is het huwelijk eerder gericht op de vervulling van de eigen verlangens. Als de bevrediging niet meer voldoet wordt ze al snel ontbonden. Het ontbinden is niet anders dan een vluchtmechanisme die de eigen verantwoordelijkheid terzijde schuift. Het komt neer op een onverschilligheid ten opzichte van de ander.

Postmoderniteit is niet zoals Protagoras proclameerde: de mens als maat van alle dingen, maar nog explicieter: het ego als de maat van alle dingen. Het zelfbehoud gaat voor alles, m.a.w. het zelf gaat de dingen vooraf.
Maar net daar loopt het verkeerd, het mag erop wijzen dat de ethiek de ontologie voorafgaat en niet vice versa. Wat is hiervoor nodig?

Een moment van ontnuchtering, Levinas noemt het erkennen van de morele verantwoordelijkheid. Daarom spreekt Levinas van: het zien van het gelaat van de ander. Dit houdt in kijken achter het gezicht waarachter de werkelijke partner in de morele relatie schuilgaat. Deze houding is als het ware een onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid in alle contexten. De onvoorwaardelijkheid verwijst naar de onuitgesproken vraag van de ander. De onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid doorbreekt ook de vanzelfsprekendheid van de ander. Daarbij is de grondhouding van de zelfkritiek onmisbaar. Die zelfkritiek stimuleert het zelfbewustzijn door zelfonderzoek. Daarbij is moreel persoon enkel deze die een contante legt in deze verantwoordelijkheid. Het creëert mogelijkheden die vooral de tolerantie ten goede komen, maar we steven toch af op naar een probleem. Levinas ethiek is vooral een moraal van de nabijheid, vraag is dan hoe verbinden we ethiek van de nabijheid met de afwezige ander?

Het enige wat ik voorlopig wil concluderen is dat de postmoderne moraliteit het leren zien is van de eigen verantwoordelijkheid en dat de ethiek van Levinas ons daarbij een handje kan helpen. Maar daarvoor moeten we eerst voorbij het eigen zelfbedrog van ons bestaan.

Bron: Zygmunt, Bauman,”Leven met veranderlijkheid, verscheidenheid en onzekerheid”, Redactie Rien Munters, Boom – Amsterdam, 1998.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s